|
Titel: Kendo Auteurs: Louis Vitalis, Henk Oosterling HTML Maarten van den Berg Rotterdam 1985/2026 Hoofdstuk 11 Gemaakt door D.A. Smits Dit hoofdstuk is in twee delen
verdeeld: het eerste is geschreven voor de student, het tweede
voor de leraar. Met name in het tweede didaktisch gedeelte wordt
er op details ingegaan. Vandaar dat het instruktieve deel voor
de student summier opgezet is. Echter o.i. is het voldoende voor
een primair inzicht in de kata. Ook het illustratieve deel is
met opzet beperkt gehouden. Een gedetailleerde illustratie van
alle kata zou te ver voeren. Er zijn bovendien rijk
geïllustreerde kataboeken in de handel, waarin beter dan dat
hier mogelijk is de kata zijn gevisualiseerd. Zie voor de boeken
de literatuurlijst achterin.
A. UITVOERING Bij de uitvoering van de kata
zijn vier elementen van belang. In alle kata komen deze
elementen weer naar voren. Vandaar dat we ze voor de behandeling
van de kata eerst afzonderlijk willen bespreken. 1. ichigan- het belangrijkst is
het kijken (gan) of de metsuke. De blik dient zó ruim te zijn
dat deze niet op één speciale plek is gericht. 2. nisoku- de voet (soku)
bewegingen of de ashisabaki heeft de volgende kenmerken:
uchidachi begint altijd, bij het naar voren gaan met de voorste,
bij het naar achteren gaan met de achterste voet. De afstand bij
het naar elkaar toe lopen wordt met 3 grote stappen overbrugd,
bij het van elkaar aflopen door 5 kleine passen. In principe
wordt alijd ayumi ashi toegepast. 3. santan- de kracht wordt in de
onderbuik tanden gecentreerd. 4. shiriki- ontspanning is een eerste vereiste. Vandaar dat kracht (riki) pas op de laatste plaats komt. nihon kendo kata tachi no kata REI U&S: kniel voor elkaar in
seizapositie en groet elkaar. Uw zwaarden liggen aan uw
rechterzijde, scherpe zijde naar binnen, tsuba terhoogte van de
knie. Het korte zwaard (wakazashi) het dichtst bij de knie. Het
lange zwaard (katana) buiten. U&S: sta op, stel u 9 passen
van elkaar op, zwaard op dijhoogte (teito) in de rechterhand,
groet eerst het altaar of de kamiza, daarna elkaar. U&S: breng nu het zwaard voor
u, wissel van hand en neem tai to positie met de linkerhand aan. Loop 3 passen naar het midden, trek het zwaard in sunkyopositie, sta op in chudan no kamae en neem vervolgens gedan no kamae aan waarbij de kensen ter hoogte van de knie van uw partner enigszins naar buiten wordt gedraaid. Neem bu beiden 5 kleine pasjes achterwaarts, te beginnen met de achterste voet, met ayuni ashi. Neem daarna chudan no kamae aan. S: leg voor de ritsurei de wakazashi rechts naast u neer, met het scherp naar u toe en de tsuka wijzend naar uchidachi. 1. ipponme U: neem hidari morote jodan no
kamae aan. S: neem migi morote jodan no kamae
aan. U&S: loop met de voorste voet
beginnend, in ayumi ashi 3 grote stappen naar voren. U: wacht een goed moment af en sla
vervolgens, daarbij met de rechtervoet naar voren stappend,
shomen tot ver beneden door. Uit kiai: “YAH!”. S: laat u. in de lucht slaan door
beide handen iets naar boven en naar achteren te heffen, daarbij
tegelijkertijd met de linkervoet iets achteruit stappend. Stap
onmiddellijk na deze ontwijkende beweging met okuri ashi naar
voren en sla shomen. Uit kiai: “TO!”. U: stap met okuri ashi één kleine
stap achteruit. S: laat de kensen tussen de ogen
van U. zakken. U: stap nog eenmaal met okuri ashi
achteruit. S: stap me ayumi ashi, beginnend
met de linkervoet, naar voren en neem hidari morote jodan no
kamae aan. Laat zanshin zien. U: breng de kensen nu pas omhoog
naar chudan no kamae. S: ga, terwijl u met de linkervoet
met ayumi ashi achteruit stapt, terug naar chudan no kamae. U&S: laat de kensen tot gedan no kamae zakken, waarbij het zwaard iets naar rechts open wordt gedraaid. Keer 5 kleine stappen achterwaarts nemend, te beginnen met de achterste voet, terug naar het uitganspunt. 2. nihonme U&S: neem chudan no kamae aan.
Neem 3 grote stappen met ayumi ashi, beginnend met de voorste
voet. U: wacht een goede kans af en sla
met een grote beweging migi kote van S. Uit kiai: “YAH!”. S: beweeg de linkervoet naar
linksachter en sluit direkt de rechterbij. Laat tegelijkertijd
de kensen in vertikale richting zakken, zodat U. in de lucht
slaat. Stap vervolgens met de rechtervoet naar voren en sla migi
kote van U. Uit kiai: “TO!”. U: keer, met de linkervoet
beginnend, terug naar chudan no kamae. S: keer, met rechtervoet
beginnend, terug naar chudan no kamae. U&S: zak vanuit deze ai chudan positie naar de lichtelijk naar rechts uitgedraaide gedan no kamae. Keer op eerder beschreven wijze terug naar de uitgangspositie. 3. sanbonme U&S: neem gedan no kamae aan.
Neem drie grote stappen met ayumi ashi naar voren en kom vanuit
gedan naar chudan no kamae. U: wacht een goede kans af en
steek dan, daarbij met de rechtervoet naar voren stappend, naar
de plexus solaris van S. waarbij de hasuji naar rechts wordt
gedraaid. Uit kiai: “YAH!”. S: doe een grote stap achteruit,
beginnend met de linkervoet, en laat met de shinogi van de mono
uchi het zwaard van U. uit het midden glijden. Steek na deze
wering onmiddellijk naar de borst van U., waarbij u met uw
rechtervoet naar voren stapt. Uit kiai: “TO!”. U: stap bij deze steek met de
rechtervoet naar achteren, laat de kensen onder het zwaard van
S. zakken en duw met de shinogi van de mono uchi zijn zwaard uit
het midden. S: stap met de linkervoet naar
voren en maak opnieuw een tsuki beweging. Dit is echter
'kuraizume', het kontroleren van de situatie en geenzins een
tsuki. U: stap als reaktie op de
kontrolebeweging met de linkervoet naar achteren, laat de kensen
onder het zwaard van S. zakken en duw met de shinogi van mono
uchi zijn zwaard naar links. Door de spirit van S; overweldigd,
laat u uw kensen zakken en neemt u, beginnend met de linkervoet
3 stappen naar achteren met ayumi ashi. S: volg met 3 snelle kleine
stappen, beginnend met de rechtervoet met ayumi ashi. Oefen
kuraizume uit en breng uw kensen van borsthoogte tussen de ogen
van U. U: breng kensen omhoog. S: doe 5 kleine stappen achteruit. U: val na de tweede stap in en doe
drie stappen naar voren, beginnend met de rechtervoet, uw zwaard
in chudanpositie. U&S: laat de kensen als eerder beschreven zakken en ga terug naar de uitgangspositie. 4. yonhonme U: neem hasso no kamae aan
(linkervoet voor). S: neem wakigamae aan (rechtervoet
naar achteren). U&S: neem 3 niet al te grote
stappen naar voren. Hef vanuit de kamae uw zwaard tot jodan en
sla shomen met ayumi ashi. Beide zwaarden kruisen elkaar: dit
heet “ai uchi”. U komt beiden terug tot chudan no kamae. U: steek naar de rechterlong van
S., terwijl u met de rechtervoet naar voren stapt en de linker
bijsluit. Draai de hasuji een beetje naar rechts. Uit kiai:
“YAH!”. S: stap met de rechtervoet naar
linksvóór en sluit direkt de linkervoet achter de rechter aan.
Uw tenen wijzen naar uw partner. Voer de maki kaeshi
beweging shomen uchi uit: breng uw linkervuist boven uw
hoofd en zorg ervoordat de hasuji naar achteren wijst. Uit
kiai: “TO!”. U: keer, beginnend met de
linkervoet, terug naar chudan no kamae. Laat zashin zien. S: keer, met de rechtervoet
beginnend, terug naar chudan no kamae. Laar zanshin zien. U&S: zak naar gedan no kamae en keer terug naar de uitgangspositie. 5. gohonme U: neem hidari no morote jodan
aan. S: neem hira seigan aan: de kensen
is gericht op de linkervuist van U. U: wacht een goede kans af. Sla
shomen van S., met de rechtervoet naar voren stappend. Uit
kiai: “YAH!”. S: stap met de linkervoet naar
achter en laat het zwaard van U. op uw linkershinogi afketsen
(suriage), stap dan met de rechtervoet naar voren en sla shomen
uchi. Trek het linkerbeen snel bij. Stap met de rechtervoet naar
achteren tot hidari morote jodan no kamae en toon zanshin. U: beweeg uw kensen omhoog tot
chudan no kamae. S: stap naar achter met ayumi
ashi, beginnende met de linkervoet en neem chudan no kamae aan. U&S: maak drie stappen in de richting van U. terug naar het midden. Laat de kensen zakken en keer terug naar het uitgangspunt. 6. ropponme U: neem chudan no kamae aan. S: neem gedan no kamae aan. U&S: ga drie grote stappen
naar voren. S: kom vanuit gedan omhoog naar
chudan. U: laat uw kensen enigszins
zakken, iets naar rechts ingedraaid om het zwaard van S. tegen
te houden. Daar dit niet lukt stapt u met de rechtervoet naar
achter en komt u in hidari morote jodan no kamae. S: volg deze achterwaartse
beweging met grote okuri ashi beginnend met de rechtervoet.
Sluit links bij. U: stap met ayumi ashi naar achter
en kom in chudan terug. Sla migi kote van S. met een kleine
beweging en uit kiai “YAH!”. S: stap met de linkervoet naar
links en laat het zwaard van U. met een scherpe beweging naar
rechts afketsen (surige), waarna u, terwijl u met uw rechtervoet
naar voren stapt, migi kote van U. slaat. Uit kiai: “TO!”. U: laat uw kensen zakken en stap
met de linkervoet naar linksachter. S: Stap met uw linkervoet naar
voren en kom in hidari morote jodan no kamae. Laat zanshin zien. U&S: keer, met de rechtervoet beginnend, naar het midden terug, laat kensen zakken en ga naar de uitgangspositie. 7. nanahonme U&S: neem chudan no kamae aan.
Ga drie grote stappen voorwaarts. U: wacht een goede kans af en stap
dan met uw rechtervoet een klein beetje naar voren, steek in de
richting van de borst van S., waarbij u de hasuji iets naar
rechts uitdraait. S: doe, afhankelijk van de stap
van U., een klein stapje achteruit, steek met beide armen een
weinig en draai daarbij de hasuji iets naar links in. Zo wordt
het zwaard van U. 'ondersteund', waardoor de kensen iets omhoog
komen. U&S: kom terug in chudan no
kamae. U: maak twee stappen met ayumi
ashi, beginnend met de achterste linkervoet en sla shomen van
S., de slag tot beneden aan uitvoerend. Uit kiai: “YAH!”. S: stap met uw rechtervoet naar rechtsvóór, stap direkt met de linkervoet met ayumi ashi door en sla tegelijkertijd migi do. Uit kiai: “TO!”. Stap vervolgens met de rechtervoet
door, breng uw rechterknie aan de grond, terwijl u uw gezicht
naar U. draait. De kensen en de hasuji wijzen echter beide nog
naar rechts. Dan draait u het zwaard, neemt wakigamae aan en
laat u zanshin zien. U&S kom beiden terug in chudan
no kamae. S: sta op tot chudan no kamae. U&S: draai terug naar het
midden. Daar dit de laatste tachi no kata is, gaat ubeiden in
sonkyo en bergt u uw zwaarden weg. Keer terug naar de
uitgangspositie en voer de rei uit, waarbij u eerst de
zwaarden overbrengt naar de rechterzijde. U. blijft staan en S pakt zijn wakazashi en legt de katana op dezelfde wijze neer. KODACHI NO KATA 1. ipponme U: neem hidari morote jodan no
kamae aan. S: neem chudan hanmi aan, waarbij
de kensen iets omhoog wijst. De linkerhand ligt op de obi. U&S: neem drie grote stappen
naar voren. U: stap met uw rechtervoet ayumi
ashi en sla shomen tot beneden aan toe. Uit kiai: “YAH!” S: stap met uw rechtervoet daarachter aan. Beide voeten wijzen naar uw partner. Tegelijkertijd brengt u uw rechterhand boven uw hoofd, op zo'n manier dat de kensen naar beneden en de hasuji naar achteren wijst. U vangt de slag van U. met de linkershinogi op (ukenagashi) en slaat vervolgens shomen van U. Uit kiai: “TO!“. Stap met uw linkervoet direkt na
de slag een stap naar achteren en sluit de voorste bij, terwijl
u jodan no kamae aanneemt en zanshin laat zien. U: breng uw kensen terug in
chudanpositie. S: kom terug in chudan no kamae. U&S: keer terug naar het
midden. Laat de kensen zakken tot naar rechts opengedraaide
gedan no kamae. S: laat de linkerhand bij de
gedanpositie even tot onder de obi zakken. U&S: keer terug naar d uitgangspositie. 2. nihonme U: komt uit gedan omhoog naar
chudan no kamae. S: kontroleer de opwaartse beweging door met de kodachi het zwaard van U. in het horizontale vlak te
stoppen. U: neem gedan no kamae aan. S: neem chudan hanmi aan, waarbij
de kensen iets zakt. U&S neem drie grote stappen
naar voren. U: stap met uw rechtervoet
achteruit en neem wakigamae aan. S: volg U. met een voorwaarste
okuri ashi (irimi). U: stap met de rechtervoet naar
voren, hef uw zwaard tot jodan en sla onmiddellijk shomen van S.
Uit kiai: “YAH!”. S: stap met uw linkervoet naar linksvóór en sluit de rechtervoet snel bij (hiraki ashi). Uw voeten wijzen parallel aan elkaar in de richting van uw partner. Tegelijkertijd brengt u uw rechterhand boven uw hoofd, waarbij de kensen naar beneden en de hasuji naar achteren wijst, en in deze houding vangt u met uw rechtershinogi van de kodachi de slag van U. op (ukenagashi). Deze beweging laat u door shomen volgen. Uit kiai: “TO!”. Pak de elleboog van U. en
kontroleer de bewegingsvrijheid van diens arm. Breng uw
rechterhand op uw rechterheup, de kensen gericht op de keel van
U. en laat zanshin zien. U: keer terug naar het midden,
beginned met linkervoet. S: keer terug naar het midden,
beginnend met de rechtervoet en kontroleer bij het
achteruitstappen het zwaard van U. door de kodachi horizontaal
er op te houden. U&S: laat de kensen zakken en ga terug naar de uitgangspositie. 3. sanbonme U: neem chudan no kamae aan. S:
neem gedan hanmi aan (ook wel: mu gamae). U: neem drie grote stappen,
beginnend met de rechtervoet. Zwaai bij de tweede stap uw zwaard
op tot jodan en sla bij de derde shomen. Uit kiai: “YAH!”. S: stap twee stappen naar voren en
vang als U. bij de derde stap shomen slaat, diens zwaard schuin
boven u in het midden op met de linkerzijde van de kodachi,
waarna u het zwaard met een veegbeweging naar linksonder duwt,
er echter voor zorgend dat uw kodachi in het horizontale vlak
stopt (suri otoshi). U: nadat u in de derde stap shomen
hebt geslagen en deze weggeveegd is, stapt u met uw linkervoet
naar voren en slaat u migi do. S: stap met uw linkervoet naar links vóór en blokkeer de doslag met uw linkershinogi, waarbij uw kensen omhoog wijst (surinagashi). Schuif de kodachi vervolgens op naar de tsuba van U.Uit kiai: “TO!”. Kontroleer de tsubamoto met de
habaki van de kodachi. Pak tegelijkertijd de elleboog van U.
even boven het gewricht. U: stap drie passen ayumi ashi
achteruit, beginnend met het achterste rechterbeen. S: maak drie passen naar voren,
beginnend met de voorste linkervoet. Blijf U. bij de elleboog en
de tsuba kontroleren. Breng dan de rechterhand naar de
rechterheup, richt de kensen op de keel van U. En laat zanshin
zien. U: ga, beginnend met de
rechtervoet, terug naar het midden. S: ga, beginnend met de
linkervoet, terug naar het midden. U&S: laat vanuit de dan aangenomen chudan no kamae sonkyo volgen, berg de zwaarden op en voer in omgekeerde volgorde rei uit. B. DIDAKTIEK Ook hier gelden weer een aantal
algemene principes. Deze zijn van toepassing op alle kata,
ongeacht de technieken die er in uitgevoerd worden. 1. De relatie tussen de uchidachi
en de shidachi is die van een leraar ten opzichte van zijn
leerling. Uchidachi wordt dan ook geacht aan te geven: hij opent
de bewegingen en de shidachi, de leerling, volgt en reageert op
dat wat wordt aangegeven. 2. Beiden dienen zich de
basisprincipes van de slagen eigen te maken en de uitvoering van
de slagen dient met een volledige instelling te gebeuren. 3. Het bijsluiten van de achterste
voet is van het allergrootste belang en kan dan ook niet vaak
genoeg benadrukt worden. Alle slag,- of steekbewegingen worden
door deze aansluitende beweging begeleid. 4. In de regel wordt bij het naar
voren gaan begonnen met de voorste, bij het naar achteren gaan
begonnen met de achterste voet. 5. Bij het lopen dient men suri
ashi te gebruiken en moet er zo weinig mogelijk geluid gemaakt
worden. 6. Het zwaard dient bij het
opzwaaien zo hoog opgezwaaid te worden, dat de partner in zijn
geheel tussen de armen door te zien is, terwijl de kensen nooit
onder de handen mag zakken. 7. Uchidachi valt aan vanuit
issoku itto no maai en shidachi moet voldoende met de mono uchi
van het zwaard slaan. 8. Shidachi moet na de slag scherp
op blijven letten en steeds zanshin tonen. 9. Uchidachi moet eerst de zanshin
van de shidachi goed bekijken, voordat hij met een volgende
beweging verder gaat. 10. Tijdens het voorwaarts lopen
de adem als het ware in de 'tanden' de onderbuik opgeborgen
worden. 11. Tijdens het uitvoeren van de kata moet men vanaf de eerste rei tot aan de laatste rei de aandacht erbij houden en niet laten verslappen. Dit geldt vooral bij het naar achteren lopen, waarbij nog al eens de neiging bestaat om de konsentratie te verliezen. TACHI NO KATA 1. ipponme -bij de slag van uchidachi mag
het zwaard niet eerst zakken. Dit duidt op een verslapte to no
uchi. -ook shidachi mag in de nuki
beweging de kensen niet laten zakken. -uchidachi slaat met een grote beweging de shomen helemaal tot beneden aan door. Daardoor gaat zijn bovenlichaam iets voorover hellen. Overigens zonder dat zijn hoofd doorknikt. In deze positie moet hij blijven als hij twee stappen achteruit doet. Pas als hij naar chudan terug gaat, mag hij zijn bovenlichaam weer rechtop zetten. 2. nihonme -uchidachi moet de rechterkote
korrekt treffen. Hij mag na de slag niet doorzakken tot ver
onder het trefvla: hij moet zijn zwaard even onder het trefvlak
stoppen, alsof hij de kote daadwerkelijk heeft getroffen.
-shidachi's zwaard mag na de
nuki beweging de kote van uchidachi niet diagonaal treffen. De
koteslag dient de kote nagenoeg recht te treffen.
3. sanbonme -uchidachi mag bij de steek
naar de plexis solaris de handen niet omhoog bewegen.
-omdat shidachi na de eerste
tsukibeweging doorgaat met kuraizume d.w.z. een kontrolerende
beweging en dus geen steek, moet hij opletten dat zijn kensen
niet teveel naar voren wordt gestoken.
-de laatste drie passen in
kuraizume worden enigszins versneld.
-de kensen wordt bij deze drie
passen tot voor het gezicht van uchidachi gebracht.
-pas als uchidachi daartoe het
initiatief neemt, gaat shidachi aan zijn achterwaartse beweging
beginnen.
4. yonhonme -de ai uchi van beiden moet een
korrekte men uchi zijn vanuit toma.
-bij de steek naar de
rechterlong van shidachi helt het bovenlichaam van uchidachi
iets voorover.
5. gohonme -bij de menslag moet uchidachi
een kerrekte menslag uitvoeren. Hij moet ervoor waken dat hij
het zwaard van shidachi, antisiperend op de suriage beweging,
tot doel neemt.
-de kensen van shidachi mag bij
de suriage beweging niet naar achter beneden wijzen. De suriage
beweging dient schuin vóór boven het hoofd uitgevoerd te worden.
-als shidachi na shomen jodan no
kamae aanneemt, mag hij niet direkt de kensen opzwaaien, maar
dient hij eerst de kensen voor het gezicht van uchidachi te
brengen om deze te kontroleren.
6. ropponme -uchidachi dient vanuit chudan
no kamae een scherpe, korte koteslag te maken.
-shidachi moet op zijn beurt met
een kleine, scherpe beweging van de shinogi de suriage beweging
uitvoeren.
7. nanahonme -bij het steken hoort uchidachi
een juiste lichaamshouding aan te nemen.
-de menslag van uchidachi moet
recht naar voren worden uitgevoerd en niet schuin naar rechts,
waaruit blijkt dat hij op de beweging van shidachi antisipeert.
-omdat uchidachi uit volle
kracht men slaat, leunt zijn bovenlichaam een beetje voorover.
Kodachi no kata 1. ipponme -shidachi moet bij de
ukenagashibeweging zijn polsen soepel en ontspannen bewegen.
Bovendien moet hij bijzondere aandacht aan zijn
lichaamsverplaatsing en het gebruik van de shinogi geven.
-het lichaam van shidachi mag
niet te ver weg draaien. Het is voldoende om uit het centrum van
de slag te stappen.
-bij de ukenagashibeweging dient
de vuist bóven het hoofd gebracht te worden.
-na de shomen uchi van shidachi
mag deze niet als het ware in de jodan no kamae 'terug veren':
tussen de slag en het aannemen van de jodanpositie zit een korte
alerte stop.
2. nihonme -uchidachi moet in één beweging
vanuit wakigamae via de jodanpositie shomen uchi uitvoeren.
Daarbij moet opgelet worden dat de slag recht en niet diagonaal
wordt uitgevoerd.
-shidachi moet tijdens de
zanshin uchidachi niet te dicht naderen.
-ook hier geldt dat de vuist bij
de
ukenagashibeweging boven het
hoofd moet worden gebracht.
3. sanbonme -de shomen van uchidachi bij de
derde stap moet korrekt uitgevoerd worden.
-het opvangen van het zwaard van
uchidachi moet met gestrekte arm schuin vóór boven het hoofd
worden uitgevoerd en de neerstrijkende beweging mag niet naar
linksbuiten doorslaan. De kiai “TO!” moet bij het opschuiven van
de kodachi geuit worden.
|